is een gecultiveerde graansoort die afstamt
van de wilde gerstplant, die nog steeds in het Midden-Oosten voorkomt. Gerst behoort net als overige granen tot de familie van de grassen, de belangrijkste familie op het gebied van de voedselproductie.Al ongeveer 7000 jaar geleden begon men in Oost-Afrika en Zuid-Azië met het cultiveren van de gerstplant. In Europa, waar gerst de eerste gekweekte graansoort was, werden gekookte gerstekorrel tot in de Middeleeuwen veel gegeten. Later werd gerst als voedselgewas bijna overal overvleugeld door tarwe. De graansoort wordt echter nog altijd op grote schaal verbouwd als veevoedergewas en als grondstof voor bier.
Al duizenden jaren lang
worden er
dieren gehouden voor hun vlees, melk of eieren, allemaal belangrijke bronnen van proteïne. Sommige dieren leveren ook andere producten, zoals leer of zijde. De dieren die op de boerderij worden gehouden noemt men vee, het houden zelf heet veeteelt.
Biologische
bestrijding is de bestrijding van in het bijzonder schadelijke insecten in de landbouw door een natuurlijke vijand van het schadelijke insect uit te zetten. Nadat begin jaren tachtig de sluipwesp als predator van de kaswittevlieg in de kasteelt in het Westland werd geïntroduceerd,
zijn er veel meer natuurlijke vijanden ontdekt en ook commercieel toegepast.Voordelen van biologische bestrijding zijn:
Van predatie is sprake als een organisme een aantal individuen van een andere soort vangt en opeet tijdens zijn leven. Predatoren worden in het Nederlands roofdieren genoemd.
Een veelvoorkomend misverstand over predatie is dat dit schadelijk zou zijn voor de aantallen van het prooidier. In een gezond milieu is het aantal jongen dat voortgebracht wordt hoger dan zonder predatie. De gemiddelde hoeveelheid biomassa is in een biotoop dat in evenwicht is niet minder.